maandag 16 juni 2014

Clandestiene Duiveltjes in Canada


Het vierjaarlijks voetbalfeest is begonnen.  Overal zijn weer de vlaggetjes als voelsprieten uit de achterramen van auto's omhooggeschoten: Italie, Duitsland, Argentinie, Brazilie, Engeland, Nederland, Chili, een enkele Amerikaan,... en nog geen enkele Belg. Ten minste, waar wij wonen.

Wij: een gezinnetje Canadese Vlamingen.  Waar: Eden Mills, Ontario, Canada, ongeveer een uurtje rijden ten westen van Toronto, een landelijk idyllisch mooi gehucht op een boogscheut van universiteitsstad Guelph.  De meeste boodschappen doen we dan ook in die stad, behalve als we eens op bezoek gaan naar de aangetrouwde familie die zo'n drie kwartier ten zuiden van ons woont in Burlington, dichter bij Lake Ontario.

In Canada is de World Cup een feest van je genetische wortels.  Plots weten je buren waar jij zelf, of je ouders, of je verre voorouders, vandaan komen.  Voor mij is het dus wel degelijk ikzelf, met mijn kroost. En halverwege richting Burlington, net naast het Esso-station, zou er eindelijk een handelaar zijn die de Belgische vlaggetjes stockeert. 

Hoewel - stockeert?  We zijn ondertussen bij heel veel tankstations binnengeweest in de winkeltjes waar ze die vlaggetjes verkopen, en we vangen steevast bot.

Bij een onafhankelijk tankwinkeltje waar ik regelmatig kom omdat de benzine er wat goedkoper is.
"Belgium? No, we don't have that one.  So sorry," en dan bekijken ze mij met vernieuwde interesse, want een Belg is een rariteit.  

Bij een 'convenience store' in Guelph, het soort kleine alleshandelaars die bijna 24 uur open zijn en waarvan de filialen lijken te worden verdeeld onder Indische en Chinese immigranten.   De oudere geranten spreken dan meestal een koddig Engels, maar ze blijven altijd lieflijk hoffelijk en Canadees: 
"Belgium?!  No, no, no flag, you're first!  In group with Korea!  Yes, go Korea, go Belgium!"  En ze lachen, en het is gemeend.  Ik heb zowaar een Koreaanse Canadees gevonden, maar nog geen Belgisch vlaggetje.

Nu moet ik toegeven dat ik een nogal clandestiene Belgische Canadees ben.  Bij ons hangt geen Belgische vlag op in de voortuin, maar ook geen Canadese. En zo stuurs flamingant ben ik ook niet dat ik er de Vlaamse Leeuw ga hangen en aan elke buur moet gaan uitleggen wat die opgeschoten zwarte kat met klauwen doet op de hoofdstraat van ons Canadese dorp.   Een plaatsje vol intellectuele, artistieke gekken dat volgens de aanpalende gemeenten zo links, groen, intellectueel en hippie-achtig overhelt dat het zelfs de patriottische Canadese vlaggen bekijkt met weed-beademd wantrouwen.

Ik ben pas beginnen zoeken naar die vlaggetjes toen Brazilie de eerste match speelde, en meestal vertel ik aan de meeste mensen dat ik Vlaming ben.  Flanders' fields, you know.   Als ik dus moet kiezen tussen een associatie met Brussel en die met een slagveld, is de keuze gauw gemaakt.  Belgische chocolade komt zeker toch wel ter sprake, en dan vertel ik ook met een glimlach dat ik toch niet weet hoe lang Belgie nog blijft bestaan.   Dat Vlaanderen misschien wel Nederlands spreekt, maar niet Nederland is.  Zeker niet, want ten noorden van de Moerdijk kunnen ze geen treffelijk bier maken.  Dat clincht gewoonlijk het gespreksthema op de kwaliteit van bier, waarna ik enkel moet benadrukken dat Heineken bij ons de deur niet binnenkomt, en wie daar mee aankomt, niet welkom is op de barbecue.  Algemene hilariteit, de barbecue is heilig in Canada, iedereen akkoord, de vrouwen schakelen dan over op het chocolade-thema (waar ik hopeloos het hoofd schud als mijn Canadese vrouw vertelt dat ze naast de Belgische pralines ook Cadbury niet slecht vindt) en de stemming is gezet.  Als Vlaming heb je het best over je echte troeven - je Boergondische smaak - en niet over het politieke gerochel van het Brusselse gedrocht.

Op dus naar dat benzinestation.  Misschien ben ik nog op tijd om een Belgisch vlaggetje op mijn Kia te zetten.  Dan krijgen we ook heel veel lange blikken van verwondering en een verdwaalde Bavariaan die me gaat vertellen dat mijn Duits vlaggetje verkeerd hangt.  Wat dus ook nog een optie is:  een Duits vlaggetje kopen en proberen om dat plastieken product zo te verknippen en vervormen dat het er Belgisch uitziet.  Jammer, zo veel vertrouwen in de flexibiliteit van de $5-vlaggetjes made-in-China heb ik dan ook niet.

De enige Belgische vlag die ik dit jaar heb gezien was die van het Belgisch consulaat in Toronto.  Ergens tussen Guelph en Kitchener op highway 7 is er ook nog de 'Belgian Nursery', een lang voor mij geimmigreerde Antwerpenaar die soms de Belgische vlag naast de Canadese hangt.  Er zijn echter ongeveer twintig bloemenzaken die wel op mijn weg liggen, en toen ik  twintig jaar geleden eens toevallig passeerde en opperde om eens binnen te springen, antwoordde mijn bezoekende West-Vlaamse vader, "Laat die mens maar gerust, hij is toch van Antwerpen."

Ergens diep, heel diep binnenin deze immigrant moet toch nog iets Belgisch schuilen.  "Je gaat een Belgisch vlaggetje op onze auto zetten?!" vroeg mijn vrouw met meer dan een beetje verwondering.  "Die gaan er toch snel uitliggen?"  

Mijn blik vertelde haar al onmiddellijk welk soort heiligschennis ze had geuit.  Zo moet je nu ook niet afkomen. "Geen slecht team, beter dan dat van Engeland," zei ik gelijk.  Wat is het in onze Vlaamse genen dat we niet het arrogante zelfvertrouwen kunnen tonen van de Nederlanders. Eens goed kwaadworden op je wederhelft. Neen, alleen de Vlaamse genen kunnen paraderen met schaamte.

"O no sir, Belgium, no we don't have it.  If it's not on the list on the basket there, we don't have it." Tomme toch, tot zover dat zoveelste tankstation.  Ja, dan moeten we misschien Burlington of Milton aflopen.  Toronto?  Twintig dollar aan benzine voor een vijf-dollar vlagje?  Neen, dank u.  Dan maar terug wat internetten.  Plots lijkt de Hollandse winkel in Guelph een mogelijke bron.   Dat zou pas ironisch zijn: naar Oranjeland om een Belgisch vlaggetje te kopen, waarschijnlijk aan dubbele prijs.  Volgens alomtegenwoordige Google zou dat winkeltje nu speciaal veel World Cup party-dinges stockeren.  We gaan daar soms om eens wat diepvrieskroketjes en speculaas te kopen en om aan de Hollandse eigenaars wat West-Vlaams te laten horen zodat we ons kunnen verkneukelen in hun vertwijfeld onbegrip.

Dinsdag wordt dus een dag van clandestien supporteren.  Hup, Belgie, hup.

Tot zover dus hoofdstuk 1.  Laat me weten of je dit verder wil lezen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten